Spanje sloot de WK-deur voor de twee legendes die bijna twee decennia lang zijn competitie domineerden.

Eerst was het Cristiano Ronaldo, met Portugal uitgeschakeld. Daarna kwam Messi, met Argentinië verslagen in de WK-finale.

Twee verhalen, dezelfde beul en een nationaal team dat later wereldkampioen zou worden in 2026.
Dat het lot die namen met Spanje samenbracht, is geen klein toeval: het was in Barcelona en Madrid waar Messi en Cristiano de beste spelers ter wereld werden.
En het was Spanje dat uiteindelijk het laatste hoofdstuk van hun WK-dromen schreef.
