Elke ochtend, in de kou of sneeuw, pakte Gabriel Luna zijn fiets. Zijn auto had het maanden eerder begeven en hij kon het zich niet veroorloven die te laten repareren. Maar dat was niet wat hem ertoe dreef te trappen.
Zijn dochter vocht tegen kanker. En hij had besloten voor haar te vechten op de enige manier die hij kende: door te werken. Twee banen, één fiets, geen klachten.

Zijn collega’s zagen hem doorweekt en uitgeput aankomen, met een glimlach die de angst nauwelijks kon verbergen. Totdat ze besloten in actie te komen. Ze legden in het geheim hun geld bij elkaar, regelden een auto, maakten die klaar en riepen hem naar buiten.
Gabriel kwam naar buiten zonder te weten wat er gebeurde. Hij zag de strik, de sleutels, de vertrouwde gezichten. En hij huilde. Niet vanwege de auto. Omdat hij niet langer alleen was.

