Van Gogh kwam anders dan zijn broers en zussen ter wereld.
Bij Smithills Open Farm, in Bolton, Engeland, werd hij zonder oren geboren; als enige in zijn nestje had hij die aandoening. Niemand wist precies wat ze konden verwachten, maar het konijn groeide op terwijl hij met de andere dieren speelde, tussen hen door schoot en nooit enig teken van ongemak of beperking liet zien. Zijn verzorgers besloten hem vervolgens iets te geven dat speciaal voor hem was gemaakt: een paar gehaakte oren, in grijze en roze tinten, vastgemaakt met een lint onder zijn kin.

Hij draagt ze niet de hele dag, maar alleen korte tijd en altijd onder het toeziend oog van het boerderijteam, meer als een spel dan als een echte noodzaak. Deskundigen leggen uit dat het zonder oren geboren worden het gevolg kan zijn van genetische variaties tijdens de ontwikkeling en niet altijd gehoorverlies betekent. Van Gogh bewijst dat een lichamelijk verschil een volwaardig leven niet wegneemt, vooral wanneer er een familie is die letterlijk bereid is om hem een plek in de wereld te breien.

