Ze vond het daar liggen, nat en nauwelijks sterk genoeg om zijn kop omhoog te houden.
Een pasgeboren eendje, alleen en op het punt de strijd te verliezen. Ze nam het in haar handen en besloot dat ze het niet zo gemakkelijk zou laten gaan. Ze nam het mee naar huis, droogde het af, gaf het te eten en gaf het warmte toen de wereld buiten die niet bood.


Maar ze merkte iets op: overleven was niet genoeg; het had gezelschap nodig. Dus haalde ze er nog een eendje bij, zodat het samen met het eerste kon opgroeien. Vandaag zwemmen ze samen in de badkuip, slapen ze verstrengeld in dezelfde handdoek en gaan ze zelfs geen seconde uit elkaar. Het eendje dat het bijna niet had gehaald, heeft nu iemand om elke dag samen mee door te komen.
