Venezuela, Californië en Japan in minder dan acht uur. Vier grote aardbevingen verspreid over drie verschillende landen en twee verschillende continenten riepen een vraag op die zich zowel via sociale media als via wetenschappelijke kanalen verspreidde: gebeurt er iets ongewoons in de diepten van de planeet?

Het meest buitengewone was niet het aantal, maar wat er in Venezuela gebeurde: twee aardbevingen met een magnitude van 7,2 en 7,5, gescheiden door slechts 39 seconden in dezelfde breukzone. Seismologen noemen dit een “seismisch dubbel”. Een dubbele breuk in aangrenzende segmenten van dezelfde breuk, waarbij de eerste beving als voorloper fungeert en de tweede, verwoestendere, de hoofdschok vormt. Het is een fenomeen dat eerder werd geregistreerd in Nieuw-Zeeland in 2016, Indonesië in 2012 en Japan in 2011, al zelden met zo’n kort interval. Wat de wereldwijde samenloop betreft, legt de USGS uit dat de aarde jaarlijks ongeveer 500.000 aardbevingen registreert, zo’n 1.300 per dag, en dat een grote aardbeving geen andere vergelijkbare beving aan de andere kant van de planeet kan veroorzaken: de golven die tussen continenten reizen veranderen de spanningstoestand van andere breuken zo minimaal dat dit wetenschappelijk onbeduidend is.

Wat op een domino-effect leek, was in werkelijkheid pure statistiek.

