Yinka Sowemimo-Coker was 56 toen ze tijdens het traplopen op een werkevenement in Londen oncontroleerbaar begon te zweten.

Ze werd opgenomen, onderzocht en naar huis gestuurd met de diagnose bloedarmoede. Maar haar lichaam bleef krimpen: in acht maanden verloor ze zeven kledingmaten. Ze keerde keer op keer terug naar het ziekenhuis. Colonoscopieën, bloedtransfusies, meer onderzoeken — en altijd hetzelfde antwoord: bloedarmoede.

Op 2 januari steeg haar koorts boven de 40 graden. Dit keer werd ze drie weken opgenomen in King’s College Hospital, en toen kwam de waarheid aan het licht waar niemand eerder naar had gezocht: alvleesklierkanker, een van de dodelijkste vormen die er zijn, met slechts 3% kans op overleving. Sowemimo-Coker onderging 12 uur chirurgie en zes maanden chemotherapie. Vandaag, op 65-jarige leeftijd, is er geen kanker meer aantoonbaar in haar lichaam. Ze overleefde de diagnose en ook de maanden waarin niemand naar haar luisterde.

