In de buurt van station Mo Chit in Bangkok zit elke dag een dakloze man met een zak limoenen.
Ze noemen hem Loong Dum. Hij heeft die limoenen niet gekocht; een onbekende gaf ze hem. Hij verkoopt ze gewoon, munt voor munt, op straat.

Een bord legt uit waar het geld naartoe gaat: naar eten voor de zwerfkatten die in de omgeving rondzwerven.
Op een dag kwam een jonge vrouw genaamd Warunya Wattanasupachoke hem tegen op een voetgangersbrug. Ze stopte, stelde vragen en hoorde iets wat ze niet kon vergeten: hij zou liever honger lijden dan een kat zonder eten laten zitten.

Hij heeft geen thuis. Geen zekerheid over de volgende dag.
Wat hij wel heeft, is iets om te geven.

