Chyril Hutchinson had al zes miskramen gehad toen ze 37 weken zwanger was van haar dochter Ceniyah.
In februari 2021 werd ze met een hoge bloeddruk opgenomen in het ziekenhuis van de Mid and South Essex NHS Foundation Trust in Engeland. Artsen vertelden haar dat ze met spoed een keizersnede nodig had. Maar diezelfde dag had het ziekenhuis zes verloskundigen minder dan het nodig had, en de operatie werd uitgesteld. De volgende dag besloot een consulent haar naar huis te sturen en haar nog twee weken te laten wachten. Chyril probeerde haar angst, haar voorgeschiedenis en haar wanhoop uit te leggen. De arts hief haar hand op om haar het zwijgen op te leggen en zei: “Ik ben hier alleen voor noodgevallen”. Enkele dagen later bevestigde een echo dat haar baby was overleden.

Een intern ziekenhuisonderzoek erkende dat het personeel de groei van de baby niet had gecontroleerd, een teken dat erop had kunnen wijzen dat de bevalling eerder moest worden ingeleid. Toch vermeed het rapport te bevestigen of die tekortkomingen rechtstreeks de dood van Ceniyah hadden veroorzaakt. “Mijn dochter zou hier bij me moeten zijn”, zei Chyril. Datzelfde ziekenhuis had in één jaar al meer dan 30 miljoen dollar betaald aan schadeclaims wegens verloskundige nalatigheid.

