Deze video toont een scène die je niet gemakkelijk vergeet. Een zoon tilt zijn vader uit bed. De oudere man heeft een infuus, zijn lichaam is licht, zijn nek strekt zich omhoog op zoek naar een omhelzing. De zoon houdt hem met beide armen vast, langzaam, als iemand die weet dat wat hij in zijn handen heeft onbetaalbaar is.
Hij brengt hem naar zijn rolstoel. En onderweg gebeuren er verschillende dingen.
Ze lachen. Ze kussen. De zoon biedt hem een flan aan die hij die middag voor hem heeft gekocht.
Niets meer. En alles.


Want achter dat eenvoudige gebaar schuilen decennia. Er is een vader die hem optilde toen hij klein was, die hem droeg toen hij niet kon lopen, die hem voedde toen hij nog niet wist hoe hij moest vragen. Er zijn jaren die niet te tellen zijn, maar die op je wegen, op de mooiste manier waarop iets kan wegen.
Nu is de vader licht en heeft de zoon sterke armen. En in die wisselwerking ligt alles wat kinderlijke liefde niet met woorden weet te zeggen, maar wel met het lichaam weet uit te drukken.
Zorgen voor ouderen is geen last. Het is een schuld die met vreugde wordt afgelost, met een flan, met een gestolen kus onderweg.
Zij droegen ons eerst.


